Een scheiding en de belastingdienst

Als echtgenoten uit elkaar gaan of als partners hun geregistreerde partnerschap verbreken, zijn er ook op belastinggebied bijna altijd ingrijpende gevolgen.

Wanneer bent u voor de Belastingdienst gescheiden. Voor de Belastingdienst bent u in principe al gescheiden op het moment dat u uit elkaar bent gegaan en duurzaam gescheiden leeft. Vanaf dat moment wordt u in principe als ongehuwd aangemerkt. Duurzaam gescheiden leven houdt in dat de echtgenoten niet meer samenwonen en dat ze elk apart hun eigen leven leiden alsof ze niet met elkaar gehuwd waren. Bovendien is die situatie niet tijdelijk bedoeld. Belangrijk is dat niet meer in gezinsverband met de ander wordt samengeleefd en dat een van beide echtgenoten, of beiden, niet het voornemen heeft de samenleving te hervatten.

Sinds 1 januari 1998 kunnen ongehuwden zich bij de burgerlijke stand wettelijk laten registreren. Voor de belastingheffing worden geregistreerde partners in principe hetzelfde behandeld als gehuwden. De fiscale gevolgen van het verbreken van het geregistreerde partnerschap zijn dezelfde als die bij echtscheiding.

Inkomsten en aftrekposten zijn niet meer gemeenschappelijk. Als u partners bent voor de belastingheffing, worden sommige inkomsten en aftrekposten voor de belastingheffing als gemeenschappelijk beschouwd. U mag in onderling overleg kiezen wie voor welk deel wordt belast. Als u gescheiden bent, wordt u voor de belastingheffing niet meer als partners beschouwd. Dat betekent dat u dan geen gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten meer heeft. Zowel u als uw ex-partner moeten dan ieder afzonderlijk uw eigen inkomsten en aftrekposten aangeven. Als u gaat scheiden, heeft u voor de belastingheffing al geen gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten meer vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarin u gaat scheiden. Het maakt hierbij niet uit in welke maand u daadwerkelijk uit elkaar gaat. U kunt er in het jaar van de scheiding echter samen voor kiezen om nog wel het hele jaar als partners beschouwd te worden voor de belastingheffing. In dat jaar mag u dan nog samen aangifte doen van uw emeenschappelijke inkomsten en aftrekposten. In sommige gevallen kan dat voordelig zijn. U kunt uw keuze aangeven op uw Aangifte inkomstenbelasting.

Als de kinderen bij uw ex-partner gaan wonen. Als de kinderen bij uw ex-partner gaan wonen, vervallen alle heffingskortingen die te maken hebben met thuiswonende kinderen. In totaal krijgt u dus minder korting op uw belasting. De volgende kortingen vervallen: * De kinderkorting. * De aanvullende kinderkorting. * De combinatiekorting. De kortingen vervallen met ingang van het jaar waarin u gaat scheiden. Als u in dat jaar een voorlopige teruggaaf heeft aangevraagd, dan kunt u deze het beste stopzetten. De kortingen die u tot die tijd al heeft ontvangen, moet u terugbetalen.

Let op! Als u kiest voor co-ouderschap waarbij het kind de helft van de tijd bij u in huis woont en de helft van de tijd bij uw ex-partner, kunt u beiden in aanmerking komen voor de combinatiekorting. De term co-ouderschap zorgt voor veel verwarring. Er is sprake van co-ouderschap wanneer ex-partners, na de scheiding, ongeveer in gelijke mate, de zorg en opvoeding van de kinderen op zich nemen.

Als de kinderen bij u blijven wonen. Als er na de scheiding een kind bij u blijft wonen, kunt u na de scheiding recht krijgen op bepaalde heffingskortingen omdat u alleenstaande ouder bent en kinderen heeft. Het kind moet dan wel op uw adres zijn ingeschreven. In totaal krijgt u daardoor meer korting op de belasting. Na de scheiding kunt u recht krijgen op de volgende kortingen: * De alleenstaande-ouderkorting. * De aanvullende alleenstaande-ouderkorting. * De kinderkorting. * De aanvullende kinderkorting. Als u recht krijgt op de (aanvullende) kinderkorting, gebeurt dit met ingang van het jaar van uw scheiding. De (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting krijgt u met ingang van het jaar waarin u gaat scheiden. U kunt deze kortingen terugvragen bij de Belastingdienst, na afloop van het jaar via uw 'Aangifte inkomstenbelasting'. U kunt ze ook tijdens het jaar laten uitbetalen, via een 'Verzoek om voorlopige teruggaaf'. U krijgt dan maandelijks een bedrag op uw rekening gestort.

Als u alimentatie betaalt. De alimentatie die u betaalt voor uw ex-partner is aftrekbaar. Als u alimentatie voor uw kinderen betaalt, is een vast bedrag aftrekbaar - als u het jaarlijks het bedrag overschrijdt welke door de staatssecretaris van Financiën is vastgesteld - per kind per kwartaal betaalt en uw kind geen studiefinanciering ontvangt en u geen kinderbijslag ontvangt voor het kind waarvoor u alimentatie betaalt en uw kind jonger is dan 30. Het bedrag dat u mag aftrekken, hangt af van de leeftijd van uw kinderen.

Als u alimentatie ontvangt. Alimentatie die u voor uzelf ontvangt, moet u optellen bij uw inkomen in box 1. De kosten die u maakt om de alimentatie daadwerkelijk te ontvangen, zoals advocaatkosten, zijn aftrekbaar. Alimentatie die u voor uw kinderen ontvangt of die de kinderen zelf ontvangen, is niet belast. U hoeft deze dan ook niet aan te geven als inkomen op uw biljet.

Uw woning. Door uw scheiding kan uw woonsituatie veranderen. In bepaalde gevallen kan dit gevolgen hebben voor uw belasting. Voor uw scheiding wonen u en uw partner in een koopwoning. Als u in de woning blijft wonen en uw ex-partner is de eigenaar, dan moet u een percentage van de waarde van de woning (het eigenwoningforfait) aangeven als ontvangen alimentatie. Het kan ook zijn dat u in de woning blijft wonen en u allebei eigenaar bent. In dat geval geeft u het ene deel van het eigenwoningforfait aan als inkomsten uit eigen woning en het andere deel als alimentatie. Bent u (mede-)eigenaar en blijft uw ex-partner in de woning wonen, dan kunt u (een deel van) van het eigenwoningforfait aftrekken als alimentatie. De woning blijft nog maximaal twee jaar in box 1. U kunt nog twee jaar uw hypotheekrente aftrekken. Het eigenwoningforfait hoeft u niet meer aan te geven. Als u na die twee jaar nog steeds (mede-)eigenaar bent, gaan de woning en de hypotheekschuld naar box 3.

Let op! Als u vóór 1 januari 2001 al gescheiden leefde, is de periode van twee jaar begonnen op 1 januari 2001.

Extra informatie m.b.t. co-ouderschap en wettelijke regelingen. Bij co-ouderschap wonen de kinderen een evenredig deel van de tijd bij beide ouders. Veel wettelijke regelingen gaan er helaas nog van uit dat kinderen in één huishouden met twee ouders wonen, of bij één alleenstaande ouder. Dit geeft vaak onduidelijkheden en problemen met betrekking tot kosten en tegemoetkomingen. * De kinderbijslag (SVB) is daarin een positieve uitzondering, beide ouders kunnen gezamenlijk een regeling treffen over de verdeling en dit kenbaar maken aan de SVB. * De Belastingdienst betaalt de heffingskortingen m.b.t. de kinderen uit aan de ouder waarbij het kind officieel staat ingeschreven. De combinatiekorting vormt een uitzondering op deze regel, beide ouders kunnen deze korting aanvragen als zij allebei een baan hebben. * De huursubsidieregeling gaat er van uit dat een kind bij één ouder staat ingeschreven, de kindertoeslag van de huursubsidie kan daardoor maar door één ouder worden aangevraagd. * De tegemoetkoming studiekosten gaat er ook van uit dat een kind bij één ouder staat ingeschreven. De tegemoetkoming studiekosten kan daardoor ook maar door één ouder worden aangevraagd.

Als er meerdere kinderen zijn is het handig om de kinderen te verdelen over beide adressen om zo allebei in aanmerking te komen voor de kortingen en subsidies. Let hierbij wel op de leeftijd van de kinderen, voor enkele regelingen gelden leeftijdsgrenzen. Als er één kind is kan het verstandig zijn het kind in te schrijven op het adres van de ouder die het minste inkomen heeft waardoor er maximaal gebruik gemaakt kan worden van de wettelijke regelingen.