Hoe wordt de alimentatie berekend?

Echtgenoten zijn verplicht elkaar het nodige te verschaffen. Die onderhoudsplicht blijft ook na echtscheiding bestaan. De ex-echtgenoten kunnen gezamenlijk afspraken maken over de inhoud van de alimentatieplicht. Komen zij er niet uit, dan kan de rechter de alimentatie vaststellen. Dat doet de rechter alleen als de ene ex-echtgenoot niet voldoende inkomsten heeft om daarmee zijn / haar levensonderhoud te bekostigen. De rechter kent alleen alimentatie toe als de andere ex-echtgenoot dat ook kan betalen. De rechter rekent daarom uit wat de draagkracht van de onderhoudsplichtige is.

Rechters hebben een methode ontwikkeld aan de hand waarvan de alimentatie kan worden berekend. Die methode heet de alimentatieberekening volgens de TREMA-normen. Deze naam heeft de norm te danken aan de publicatie in het periodiek TREMA, een tijdschrift voor de rechterlijke macht. In grote lijnen komt de berekening op het volgende neer.

Van het totale inkomen wordt het bedrag afgetrokken, dat uzelf zou krijgen als u recht op bijstand zou hebben. Daarnaast kunnen voor aftrek in aanmerking komen: hoge woonlasten, eventuele herinrichtingskosten (tot een bepaald maximum), reiskosten in verband met uw werk, aflossing van schulden die u op zich hebt genomen en ziektekostenverzekeringen. Van het verschil (de draagkracht) wordt u geacht 60 tot 70% bij te dragen als u alleenstaande bent en 50% als u een gezin of één-ouder gezin vormt. Iets beter uitgewerkt komt het op de volgende berekening neer. Voor inkomens tot 4.000 gebruikt de rechter de netto methode. Voor hogere inkomens is er de bruto methode. Bij de beide methodes berekent de rechter eerst het gemiddelde inkomen per maand. Het vermogen van een onderhoudsplichtige is niet van belang voor de hoogte van de alimentatie. Vervolgens houdt de rechter rekening met noodzakelijke lasten zoals de kosten van het bestaan van de onderhoudsplichtige op bijstandniveau, woonlasten die hoger zijn dan die van een bijstandsgerechtigde, ziektekosten, premies voor noodzakelijke verzekeringen, verwervingskosten, kosten van een eventuele omgangsregeling, betalingen op aanwezige schulden waaronder herinrichtingskosten. Dit levert de zogenaamde draagkrachtruimte op.

Een deel van dit draagkrachtig inkomen mag de onderhoudsplichtige zelf behouden. Bij de netto methode houdt de alleenstaande 30 procent van de draagkracht voor zichzelf en bij de bruto-methode 40 procent. Als de onderhoudsplichtige zelf een gezin heeft, dan mag deze bij de netto methode 50 procent en 45 procent bij de bruto methode zelf houden.

De rechter houdt ook rekening met een belastingvoordeel vanwege de alimentatiebetalingen. Alimentatie voor kinderen kan belastingtechnisch een voordeel opleveren. Voor die aftrek bestaan allerlei regeltechnische voorwaarden. Alimentatie voor de ex-echtgenoot is volledig aftrekbaar en levert dus altijd een belastingvoordeel op. De rechter zal eerst de aanwezige draagkracht benutten voor het vaststellen van kinderalimentatie. De maximale kinderalimentatie is nooit hoger dan wat het kind na aftrek van kinderbijslag en dergelijke kost. Die kosten worden door het NIBUD uitgerekend.

De kosten van een kind hangen niet alleen af van de leeftijd van het kind. De hoogte van het ouderlijk inkomen bepaalt mede hoe hoog de onderhoudskosten van een kind zijn. De rest van de aanwezige draagkracht kan gebruikt worden voor het vaststellen van de partneralimentatie. Bij het bepalen van de kinderalimentatie wordt ernaar gestreefd om de levensstandaard van de kinderen niet te laten dalen. Dit zal in de praktijk niet altijd haalbaar zijn.

Duur kinderalimentatie De alimentatieplicht voor de kinderen blijft bestaan tot de kinderen financieel zelfstandig worden (gaan werken), of tot ze 21 jaar worden. Dit bedrag moet de onderhoudsplichtige tot de kinderen 18 jaar oud zijn aan de ex-partner betalen. Vanaf de leeftijd van 18 jaar hebben de kinderen zelf recht op de alimentatie tot ze 21 jaar geworden en moet de onderhoudsplichtige het bedrag aan het kind zelf betalen.

Duur partneralimentatie Art. 157 BW De verplichting tot alimentatie vervalt wanneer de ex-partner hertrouwt of gaat samenwonen. Bij ontbinding van deze 2e relatie geeft dat niet opnieuw recht op alimentatie. Dit kan soms een reden zijn voor de ex-partner om niet te gaan samenwonen of het samenwonen te verzwijgen. Een veelgebruikte truc is dat de nieuwe partner zich op een ander adres laat inschrijven bij gemeente, maar toch bij de ex-partner intrekt. Dit heeft vaak onsmakelijke situaties met privé-detectives voor het verzamelen van bewijslast tot gevolg. Voor echtscheidingen na 1 juli 1994 eindigt de partneralimentatie automatisch na 12 jaar. Voor echtscheiding voor 1 juli 1994 is de duur van de partneralimentatie beperkt tot 15 jaar, de alimentatieplichtige moet wel zelf bij de rechter een verzoek tot beëindiging van de alimentatie indienen. Er is echter een uitzondering, als het huwelijk korter dan 5 jaren duurde en er geen kinderen zijn uit dit huwelijk, dan is de duur van de alimentatieplicht net zolang als de duur van het huwelijk. (Art BW 1:157).

Herziening. Wanneer omstandigheden wijzigen kan er bij de rechtbank herziening van de alimentatie verplichting gevraagd worden. Dit kan door beide partijen aangevraagd worden en dient altijd via een advocaat te gebeuren. Deze zal met behulp van de TREMA norm de nieuwe draagkracht berekenen. Wijzigingen in omstandigheden kunnen de draagkracht negatief beïnvloeden. Een lening die ten tijde van de echtscheiding nog niet bestond, maar een paar jaar later wel blijkt te zijn afgesloten, is een draagkracht (en daarmee alimentatie) verlagende factor. Een verhuizing van de onderhoudsplichtige naar een duurdere woning heeft hetzelfde effect. Als een kind, waarvoor een ouder alimentatieplichtig is, studiefinanciering gaat ontvangen, zal de onderhoudsplichtige geen belastingvoordeel genieten. Daardoor zal de alimentatie iets lager uitpakken. Als de ex-partner niet meer behoeftig is omdat deze bijvoorbeeld weer een goed inkomen heeft is herziening mogelijk. Ook als het inkomen van de alimentatie-plichtige sterk omlaag gaat of als deze zonder werk en daarmee zonder inkomen komt te zitten, betekent dit dat zijn / haar draagkracht lager wordt. Het effect daarvan is normaal gesproken dat de alimentatie omlaag gaat. De rechter kijkt daarbij wel waarom het inkomen lager wordt. Als de onderhoudsplichtige zelf er voor heeft gezorgd dat hij / zij het werk kwijt is geraakt, zal de rechter de alimentatie niet verlagen. Dat wil overigens niet zeggen dat de alimentatieplichtige het oude bedrag kan innen. Of dat mogelijk is hangt af van de hoogte van het inkomen van de onderhoudsplichtige en de grootte van zijn / haar vermogen. De beslagvrije voet en de hoogte van het feitelijk inkomen bepalen op welk deel van het inkomen schuldeisers beslag kunnen leggen. Als het voor beslag vatbare deel van het inkomen lager is dan de alimentatie en de onderhoudsplichtige geen vermogen heeft, is het niet mogelijk om de maandelijkse alimentatie ook daadwerkelijk te innen.