AOW leeftijd naar 67?

23/06/2009

Minister Donner heeft afgelopen week de AOW-notitie naar de Tweede Kamer verzonden. In deze notitie heeft hij uitgewerkt welke zienswijze het kabinet heeft. U kunt hieronder de belangrijkste punten lezen. De SER kan met alternatieven komen. Het is dus niet zeker dat het voorstel zo doorgang vindt.

 

Ook de pensioenleeftijd tweede pijler gaat naar 67 jaar.
In de notitie geeft de minister aan dat de pensioenleeftijd in de tweede pijler ook opschuift naar 67 jaar. In een aantal landen om ons heen is deze leeftijd al doorgevoerd.  De opbouwpercentages voor het pensioen op 65 jaar zouden dan lager worden. De werknemer heeft dan wel 2 jaar langer om pensioen op te bouwen. Ook in andere stukken wetgeving, zoals rond ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en in de fiscale wetgeving zou de pensioenleeftijd dan 67 jaar worden. Dit heeft grote consequenties.

 

Er worden verschillende scenario’s gegeven hoe de overgang kan gebeuren. Het kan in 2 stappen, of in 5 stappen of een maand per jaar. Het zou prettig zijn als er gekozen wordt voor een vorm met zo min mogelijk administratieve lasten.

 

Overgangsregeling zware beroepen
Voor werknemers met zware beroepen zou een uitgebreidere overgangsregeling gaan gelden. Voor deze mensen geldt dat zij toch met 65 jaar met pensioen kunnen, mits:

  • zij bij ingang van deze wetgeving tenminste een bepaalde leeftijd (nog nader in te vullen) hebben bereikt; én
  • zij dit zware beroep tot 65 jaar uitvoeren; én
  • zij op 65 jaar tenminste 40 jaar het zware beroep hebben uitgeoefend;

Voor jongeren in de zware beroepen zou deze problematiek voorkomen moeten worden door goed loopbaanbeleid. Voor hen komt dan ook geen uitzondering.

 

Flexibilisering van de AOW
De AOW zou ook in deeltijd uitgekeerd kunnen worden. Gedeeltelijk doorwerken tot voorbij 67 jaar is voor veel oudere werknemers aantrekkelijk. De arbeidsparticipatie van 65-plussers  is volgens deze notitie gestegen van 7% in 1997 naar 12% in 2006. Dit biedt derhalve perspectief.

 

Tegenstand
De FNV vind verhoging van de AOW-leeftijd niet acceptabel. De alternatieven die zij voorstelt zijn onder andere:

  • beperking hypotheekrenteaftrek (maximaal € 1.000.000);
  • aftrekbaarheid hypotheekrente tegen maximaal 42%; 
  • fiscalisering AOW;
  • groter gedeelte van de zorgpremie inkomensafhankelijk maken;
  • toptarief inkomstenbelasting van 60% voor inkomens boven € 250.000,-.

 

 

Terug naar het overzicht