AOW-leeftijd in twee stappen omhoog en aanvullende (fiscale) maatregelen
20/10/2009
Het kabinet gaat de AOW-leeftijd in twee stappen verhogen. Dit blijkt uit een brief die de minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onlangs aan de Tweede Kamer hebben gezonden. Aanleiding voor de verhoging zijn de demografische veranderingen (de gemiddeld langere levensduur) en de noodzaak om ook voor toekomstige generaties de zorg voor de oude dag financieel zeker te stellen. De verhoging in twee stappen is een soort ingroeimaatregel. Van ouderen die vlak voor het pensioen staan, kan niet worden verwacht dat zij plotseling twee jaren langer moeten werken. Iedereen die voor 1 januari 2010 55 jaar of ouder is, behoudt het recht op AOW op 65-jarige leeftijd. Daarna zal vanaf 2020 de AOW-leeftijd op 66 jaar komen te liggen en wordt de AOW-leeftijd in 2025 naar 67 jaar verhoogd. Ook werkgevers moeten in hun personeelsbeleid rekening kunnen houden met de wijzigingen.
In aansluiting op de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar treft het kabinet maatregelen met betrekking tot een drietal onderwerpen dat in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd aan de orde komt:
- De arbeidsmarktpositie van ouderen
De verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen moet gepaard gaan met beleid dat gericht is op de verbetering van de inzetbaarheid en belastbaarheid van ouderen. Nog dit jaar komt het kabinet met een uitgewerkt plan van aanpak. Eén van de voorgenomen maatregelen is een nieuwe inkomensgerelateerde arbeidskorting voor oudere werknemers, om de arbeidsmarktpositie van werknemers met lagere inkomens te versterken. - De positie van mensen met zware beroepen
Werknemers met zware beroepen, van wie in redelijkheid niet kan worden verwacht dat zij deze langer dan 40 jaren kunnen verrichten zonder uitzonderlijke slijtage, zullen in de toekomst tegen de tijd dat zij 30 jaar dit beroep vervullen een aanbod moeten krijgen van minder belastend werk. Krijgen zij dat aanbod niet, dan zal de werkgever financieel moeten faciliteren dat zij de mogelijkheid krijgen om vanaf 65 jaar te stoppen met werken. Werkgevers en werknemers hebben gedurende de invoeringstijd van 10 jaar de tijd en de plicht om een duurzaam inzetbaarheidsbeleid in te voeren dat er op gericht is dat ieder de mogelijkheid krijgt om tijdig ander werk te gaan doen. Te denken valt aan goede arbeidsomstandigheden, maar ook aan tijdige om- en bijscholing en een adequaat loopbaanbeleid. Er komt een nieuwe regeling voor werknemers die voor hun 65ste werkloos of arbeidsongeschikt zijn geworden. De regeling geeft aan ouderen die 65 jaar of ouder zijn en van wie de loongerelateerde WW- of WGA-uitkering afloopt, recht op een uitkering tot aan 67 jaar die rond het AOW-niveau kan uitkomen. - De positie van mensen met een lang arbeidsverleden
Werknemers die 42 jaar hebben gewerkt (minimaal 3 dagen in de week) kunnen straks kiezen om eerder, vanaf 65 jaar te stoppen. Een van de voorwaarden om gebruik te maken van deze flex-AOW, is dat men werkt tot het moment dat de AOW ingaat. Wel wordt bij het eerder ingaan van de AOW een korting toegepast op de hoogte van de maandelijkse AOW-bedragen die de rest van het leven worden ontvangen. Dit inkomenseffect moet deels worden opgevangen door de hiervoor bij punt 2 genoemde nieuw in te voeren arbeidskorting voor oudere werknemers.
Op het moment van invoering van de AOW-leeftijdsverhoging is het nog niet mogelijk om voor iedereen het arbeidsverleden vast te stellen. Daarom wordt gedurende een overgangsperiode een registratie opgebouwd, waarbij gegevens worden benut die beschikbaar zijn in bestaande registraties. In 2020 zal dan gelden dat men de AOW eerder kan laten ingaan als er op basis van deze registratie gedurende 15 jaar voorafgaande aan de flexibilisering is gewerkt. Dit aantal wordt daarna ieder jaar met één verhoogd.
Aanpassing fiscale pensioenkaders (Witteveenkader)
Uitgangspunt van de aanpassing van het zogeheten ‘Witteveenkader’ is dat het fiscaal mogelijk moet zijn op 67 jaar een aanvullend pensioen op te bouwen dat dezelfde hoogte heeft als het bereikbare aanvullend pensioen op de huidige AOW-leeftijd. Nu de ingangsdatum van de AOW omhoog gaat, zal de fiscale pensioenrichtleeftijd voor aanvullende pensioenopbouw daarop worden afgestemd en worden verhoogd naar 67 jaar. Als gevolg hiervan is sprake van twee extra opbouwjaren. Het fiscaal gefaciliteerde maximale opbouwpercentage per dienstjaar zal daarop worden afgestemd. De aanpassingen vinden overigens ineens plaats: per 1 januari 2020 bij de eerste verhoging van de AOW-leeftijd.
Voor bovengenoemde maatregelen is inmiddels wetgeving in voorbereiding. Na ontvangst van het advies van de Raad van State hierover zal het kabinet de (wets)voorstellen naar de Tweede Kamer zenden. We houden u van de verdere ontwikkelingen op de hoogte.
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 16-10-2009, nr. IVV/I/2009/23153
Terug naar het overzicht