Wetsvoorstel voor verhoging AOW-leeftijd ingediend

16/12/2009

De regering heeft het wetsvoorstel dat de verhoging van de AOW-leeftijd regelt en de fiscale regels voor pensioenopbouw wijzigt, onlangs bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel was in een brief aan de Tweede Kamer van 16 oktober 2009 al aangekondigd. We gaan in op enige hoofdlijnen uit het wetsvoorstel:

  • De AOW-leeftijd gaat omhoog van 65 jaar naar:
    - 67 jaar als u op of na 1 januari 1960 bent geboren, en
    - 66 jaar als u tussen 1 januari 1955 en 31 december 1959 bent geboren.
  • Gelijktijdig met het wetsvoorstel zijn ook veranderingen van de fiscale wetgeving voor werknemerspensioenen aangekondigd. Vanaf 2020 zullen de werkgevers de nieuwe pensioenleeftijd ook in de werknemerspensioenregelingen moeten opnemen.
  • De maximum pensioenopbouw zal vanaf 2020 voor de middelloonregelingen van 2,25% naar 2,15% per dienstjaar gaan en voor de eindloonregelingen van 2% naar 1,9% per dienstjaar. De maximumpremie in de staffels voor de beschikbarepremieregelingen zal ook worden verlaagd. Deze wijzigingen zijn van toepassing op de opbouw van pensioen in de toekomst en hebben geen effect op de tot dan toe opgebouwde pensioenen. 
  • Nu de fiscale pensioenrichtleeftijd voor aanvullende pensioenen uit dienstbetrekking (tweede pijler) met het wetsvoorstel in overeenstemming wordt gebracht met de nieuwe AOW-leeftijd -en daarmee de wettelijke opbouwpercentages worden gewijzigd- raakt dit ook de lijfrentepremieaftrek (premieruimte) in de oudedagsvoorzieningen die los van de dienstbetrekking worden opgebouwd (derde pijler). De premieruimte is kort gezegd het recht op lijfrenteaftrek vanwege een tekort in de pensioenopbouw uit dienstbetrekking (tweede pijler). In dit wetsvoorstel wordt daarom ook de premieaftrek in de derde pijler op een vergelijkbare wijze als de aanpassingen voor de aanvullende pensioenen aangepast. Het betreft een verlaging van het percentage dat jaarlijks in aftrek mag worden genomen van 17% van de “premiegrondslag”  naar 15%.
  • Verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar in combinatie met verlaging van de maximum pensioenopbouw kan de kosten van werknemerspensioenen voor werkgevers in totaal tot 20% verlagen. 
  • Sociale partners kunnen afspreken om de pensioenregeling vóór 2020 aan te passen. Besparingen die hieruit voortvloeien, moeten worden ingezet voor de versterking van het pensioenstelsel, bijvoorbeeld voor herstel van de dekkingsgraden van pensioenfondsen.
  • Naast de aanpassingen van de AOW en het pensioen komt er flankerend beleid ter versterking van de arbeidsmarktpositie van ouderen en gericht op verbetering van de inzetbaarheid en belastbaarheid van ouderen.
  • Er zal een uitzonderingspositie worden gecreëerd voor mensen met zware beroepen. Hiervoor gaat een maximale duur gelden van 30 jaar, waarna hen minder belastend werk moet worden aangeboden. Als dat niet gebeurt, dan moet hun werkgever het financieel mogelijk maken om op 65 jaar met pensioen te gaan. Ter overbrugging tot de leeftijd van 67 jaar is de werkgever een vergoeding verschuldigd die oploopt tot 140% van het jaarloon.
  • Op 18 november 2008 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Flexibilisering AOW ingediend. Op grond van dit wetsvoorstel kunnen mensen zelf bepalen wanneer zijn (geheel of gedeeltelijk) met pensioen gaan na de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar). Volgens de toelichting bij het onderhavige wetsvoorstel kan dezelfde methode van flexibilisering na de verhoging van de AOW-leeftijd zonder meer worden toegepast. Dit betekent dat men vanaf de leeftijd van 67 jaar de AOW voor maximaal vijf jaar later geheel of gedeeltelijk kan doen ingaan. Het later ingaan van de AOW leidt tot verhoging van het AOW-pensioen over de resterende uitkeringsperiode.
  • De gevolgen voor de socialezekerheids- en andere wet- en regelgeving, anders dan de AOW, het fiscale regime voor pensioenopbouw in dienstbetrekking en de premieruimte in de derde pijler, zijn niet in dit wetsvoorstel meegenomen. Deze onderwerpen komen op een later tijdstip in een nog in te dienen wetsvoorstel Aanpassingswet verhoging AOW-leeftijd aan de orde.

Het wetsvoorstel treedt in werking met ingang van de dag nadat de wet in het Staatsblad is geplaatst. De effectieve ingangsdatum van de verschillende voorstellen uit het wetsvoorstel ligt op latere data.
 
Bron: Tweede Kamer, 2-12-2009, 32247 nrs 1-4

 

Terug naar het overzicht