Welke nieuwe verkeersregels van kracht

Per 1 mei van dit jaar is een aantal verkeersregels gewijzigd. Hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die sindsdien van kracht zijn geworden.

Maximumsnelheid aanhangers en kampeerauto’s
Personenauto's en bestelauto's die een lichte aanhangwagen trekken, mogen op auto(snel)wegen 90 km per uur rijden. Deze verhoging van de maximumsnelheid maakt de snelheidsverschillen tussen auto’s met een lichte aanhanger en het overige verkeer kleiner.
Onder een lichte aanhangwagen wordt verstaan: een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg. Te denken valt aan caravans, vouwwagens, paardentrailers en boedelbakken. Heeft de aanhanger een eigen kenteken, dan staat de ‘toegestane maximum massa’ vermeld in het kentekenbewijs.

Kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg die afgeleid zijn van een vrachtauto, mogen op autowegen en autosnelwegen niet harder rijden dan 80 km per uur. Vanwege de verkeersveiligheid ligt het voor de hand, dat voor dit soort zware campers dezelfde maximumsnelheid geldt als voor gewone vrachtauto’s.


Parkeerschijf

Een parkeerschijf mag uitsluitend achter de voorruit van de auto worden geplaatst. Misverstanden daarover zijn daardoor voortaan uitgesloten. Van buiten af moet de parkeerschijf goed zichtbaar zijn. Bovendien mag het tijdstip van aankomst alleen nog handmatig worden ingesteld. Parkeerschijven met een mechanisme dat het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mogen niet meer gebruikt worden. Wat blijft, is het afronden van de aankomsttijd naar boven op het eerstvolgende hele of halve uur. Veel automobilisten zijn hiervan nog onvoldoende op de hoogte.

Op een gehandicaptenparkeerplaats waar met een bord een maximale parkeerduur is aangegeven, moet een parkeerschijf worden gebruikt. Zo wordt tegengegaan, dat hetzelfde voertuig te lang op een gehandicaptenparkeerplaats staat. Dergelijke parkeerplaatsen hoeven overigens niet voorzien te zijn van een blauwe streep.


Brommobiel en helm

Bestuurders en passagiers van een open brommobiel waarin geen gordels zitten, moeten een helm dragen. Inzittenden van dit soort voertuigen zijn zeer kwetsbaar. Met een helm op hebben zij bij een ongeval dezelfde bescherming als bijvoorbeeld motorrijders en bromfietsers.


Snorfiets en mobiele telefoon

Het vasthouden van een mobiele telefoon is verboden voor bestuurders van een snorfiets. Handheld bellen op een snorfiets brengt immers dezelfde veiligheidsrisico’s met zich mee als op een bromfiets. Voor bromfietsen en brommobielen geldt dit verbod al, net als voor andere gemotoriseerde voertuigen.


Uitrijstrook

Bestuurders die na het verlaten van de doorgaande rijbaan op een uitrijstrook rijden, moeten deze uitrijstrook blijven volgen. Uitrij- of uitvoegstroken komen met name voor op auto(snel)wegen. Met deze nieuwe verkeersregel wordt tegengegaan dat bestuurders de doorgaande rijbaan verlaten, via de uitrijstrook een file op de doorgaande rijbaan inhalen en weer invoegen. Dergelijk misbruik van de uitrijstrook roept bij veel weggebruikers ergernis en soms agressie op.


Lichtarmatuur en type lamp

Koplampen van voertuigen mogen alleen voorzien zijn van het type lamp waarvoor ze zijn goedgekeurd. Zo moet in lichtarmaturen met een code HC, HR of HCR een halogeenlamp zitten. Gasontladingslampen (Xenonlampen) horen in armaturen met een code DC, DR of DCR. Gasontladingslampen geven veel meer licht dan halogeenlampen. Om ervoor te zorgen dat er geen medeweggebruikers worden verblind, is het van groot belang dat gasontladingslampen alleen worden gebruikt in speciaal daarvoor bestemde armaturen.