Belastingwijzigingen 2012 voor particulieren en werknemers
22/12/2011
De Eerste Kamer heeft op 20 december 2011 de wetsvoorstellen Belastingplan 2012 en Overige fiscale maatregelen 2012, de Wet uitwerking autobrief en de Geefwet aangenomen. Diezelfde dag maakte het ministerie van Financiën de nieuwe belastingcijfers voor het jaar 2012 bekend met onder meer nieuwe tarieven, schijflengtes, heffingskortingen en aftrekposten. In dit bericht gaan we in op diverse wijzigingen in de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de vennootschapsbelasting.
I Inkomstenbelasting
Tarief box 1 (belastbaar inkomen uit woning en werk)
IB = tarief inkomstenbelasting; PVV = tarief premies volksverzekeringen; IB/PVV = gecombineerd tarief inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen
Jonger dan 65 jaar
Belastbaar inkomen
- 0 t/m € 18.945: IB = 1,95%; PVV = 31,15%; IB/PVV = 33,1%
- meer dan € 18.945 t/m € 33.863; IB = 10,80%; PVV = 31,15%; IB/PVV = 41,95%
- meer dan € 33.863 t/m € 56.491; IB = 42%; PVV = 0%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 56.491; IB = 52%; PVV = 0%; IB/PVV = 52%
65 jaar (geboren in 1946)
De tarieventabel is vrijwel gelijk aan die voor personen van 66 jaar en ouder. Het bevat alleen een iets kortere tweede tariefschijf (€ 34.055 i.p.v. € 33.863).
66 jaar en ouder (geboren voor 1 januari 1946)
Belastbaar inkomen
- 0 t/m € 18.945; IB= 1,95%; PVV= 13,25%: IB/PVV= 15,20%
- meer dan € 18.945 t/m € 34.055; IB = 10,80%; PVV = 13,25%; IB/PVV = 24,05%
- meer dan € 34.055 t/m € 56.491; IB = 42%; PVV = 0%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 56.491; IB= 52%; PVV = 0%; IB/PVV = 52%
Tarief box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang)
Voor het jaar 2012 blijft het tarief voor inkomsten in box 2 ongewijzigd en bedraagt 25%.
Tarief box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen)
Het tarief voor inkomsten in deze box blijft 30% te berekenen over een forfaitair rendement van 4% van de grondslag sparen en beleggen.
Heffingskortingen
De algemene heffingskorting voor 2012 gaat met € 46 omhoog tot € 2.033 voor personen jonger dan 65 jaar. Voor personen van 65 jaar en ouder gaat de algemene heffingskorting met € 24 omhoog naar € 934. Voor partners bestaat een bepaalde regeling waarbij de belastingdienst deze korting onder voorwaarden maandelijks rechtstreeks uitbetaalt aan de niet of weinig verdienende partner. Voorwaarde hierbij is dat de partner na aftrek van de eigen heffingskorting wel belasting en premie is verschuldigd. Deze overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat in 2012 maximaal € 1.491 van de algemene heffingskorting mag worden overgedragen aan de minstverdienende partner. De beperking van de uitbetaling geldt niet indien de belastingplichtige die zijn heffingskorting niet volledig gebruikt geboren is voor 1-1-1963 of indien er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn. Voor deze groepen blijft - mits ook aan de andere voorwaarden is voldaan - de uitbetaling voor 100% gehandhaafd.
Arbeidskorting
Iedereen met inkomsten uit tegenwoordige arbeid heeft recht op de arbeidskorting. De arbeidskorting lagere inkomens bedraagt € 1.611 voor werkenden tot 65 jaar en € 740 voor werkenden van 65 jaar en ouder. De arbeidskorting hogere inkomens bedraagt € 1.533 voor werkenden tot 65 jaar en € 704 voor werkenden van 65 jaar en ouder. De verhoging van de arbeidskorting voor ouderen vanaf 57 jaar geldt niet meer vanaf 1 januari 2012.
Reisaftrek
Voor het regelmatige woon-werkverkeer met het openbaar vervoer bestaat onder voorwaarden recht op de reisaftrek van maximaal € 2.036 (2011: € 2.001).
Privégebruik auto van de zaak (via de loonbelasting)
Als het privégebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto meer bedraagt dan 500 kilometer per jaar, volgt een bijtelling op het loon. Voor ondernemers geldt een vergelijkbare regeling waarbij voor het privégebruik van de auto van de zaak een onttrekking (winstuitdeling) wordt aangenomen. Gemakshalve spreken we hierna van een bijtelling.
De vier tarieven voor de (minimum)bijtelling van de auto van de zaak blijven voor 2012 ongewijzigd, maar de CO2-grenzen worden aangescherpt:
- 0% voor auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 51 gr/km, (bijvoorbeeld elektrische auto’s) die in 2012 of 2013 worden aangeschaft. De 0%-bijtelling geldt voor 60 maanden. Op auto’s die al voor 1 januari 2012 zijn aangeschaft en niet meer dan 50 gr/km CO2 uitstoten, geldt voor zover ze daar nog geen recht op hadden, vanaf 1 januari 2012 tot 1 januari 2017 een bijtelling van 0%. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende 60 maanden een bijtelling van 7%.
- 14% voor zeer zuinige auto' s met een CO2-uitstoot vanaf 51 gr/km tot niet meer dan 111 gr/km bij een auto die op niet diesel rijdt óf niet meer dan 96 gr/km bij een auto die op diesel rijdt;
- 20% voor zuinige auto's met een CO2-uitstoot vanaf 111 gr/km tot niet meer dan 140 gr/km bij een auto die niet op diesel rijdt óf vanaf 96 gr/km tot niet meer dan 116 gr/km bij een auto die op diesel rijdt;
- 25% voor alle andere auto's.
Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de werknemer de bestelauto niet kan gebruiken buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten bedrijfsterrein. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privégebruik opleggen aan de werknemer. Hierbij is vereist dat hij controle uitoefent op de naleving van het verbod en een passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden. Een werknemer die een bestelauto van de zaak uitsluitend zakelijk gebruikt, kan vanaf 1 januari 2012 gebruikmaken van de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto waardoor loonbijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak achterwege kan blijven. En er hoeft geen rittenregistratie te worden bijgehouden.
Eigenwoningforfait
De forfaitpercentages voor het jaar 2011 zijn als volgt:
- WOZ-waarde niet meer dan € 12.500: nihil;
- WOZ-waarde is meer dan € 12.500 maar niet meer dan € 25.000: 0,20%;
- WOZ-waarde is meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 50.000: 0,35%;
- WOZ-waarde is meer dan € 50.000 maar niet meer dan € 75.000: 0,45%;
- WOZ-waarde is meer dan € 75.000 maar niet meer dan € 1.040.000: 0,60%;
- WOZ-waarde is meer dan € 1.040.000: € 6.240 plus 1,30% van WOZ-waarde boven € 1.040.000.
Kapitaalverzekering eigen woning
Voor de uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (box 1) kunnen de volgende vrijstellingen van toepassing zijn:
- bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling: maximaal € 34.900 (2011: € 34.300);
- bij 20 jaar of meer premiebetaling: maximaal € 154.000 (2011: € 151.500).
In beginsel kan de totale vrijstelling nooit meer bedragen dan € 154.000 per belastingplichtige gedurende zijn leven.
Verhuisregeling hypotheekrenteaftrek
De maximale termijn voor behoud van hypotheekrenteaftrek bij verkoop van de voormalige eigen woning is drie jaar en geldt nog voor het belastingjaar 2012. Dit betekent dat indien de woning in 2009 te koop is gezet, nog recht op hypotheekrenteaftrek bestaat in 2012. Daarnaast blijft ook in het belastingjaar 2012 de maximale termijn voor het verkrijgen van hypotheekrenteaftrek voor de nog leegstaande toekomstige eigen woning (bijvoorbeeld in aanbouw) drie jaar. Dit betekent dat in 2012 recht op hypotheekrenteaftrek bestaat voor een leegstaande woning die uiterlijk in 2015 de eigen woning zal worden.
Herleven hypotheekrenteaftrek voormalige eigen woning na tijdelijke verhuur
Sinds 1 januari 2010 kan de hypotheekrenteaftrek voor de te koop staande voormalige eigen woning herleven na een periode van tijdelijke verh uur. De hypotheekrente kan na de verhuur nog worden afgetrokken tot maximaal de resterende termijn van de verhuisregeling. Deze tijdelijke maatregel wordt verlengd met een jaar en geldt tot en met 2012.
Heffing in box 3
Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen bestaat recht op een heffingvrij vermogen. Voor het jaar 2012 wordt het heffingvrije vermogen met € 354 verhoogd tot € 21.139. Fiscale partner kunnen de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (zijnde de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover die meer bedraagt dan het gezamenlijke heffingvrije vermogen) in elke gewenste verhouding onderling toebedelen.
II Loonbelasting
Vervallen van spaarloon en levensloopregeling
Per 1 januari 2012 vervallen de spaarloonregeling en de levensloopregeling. Voor beide regelingen geldt overgangsrecht. Zo kan vanaf 1 januari 2012 het hele tegoed van de spaarloonregeling belastingvrij worden opgenomen. Maar men kan er ook voor kiezen het tegoed op de spaarloonrekening te laten staan om -met uitzondering van het vrijgevallen tegoed- tot 1 januari 2016 gebruik te kunnen blijven maken van de vrijstelling in box 3.
Vanaf 1 januari 2012 is de levensloopregeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers, maar wordt nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers met een saldo minder dan € 3.000 kunnen in 2012 en 2013 niet meer bijstorten.
Vitaliteitssparen
Per 1 januari 2013 komt een nieuwe spaarfaciliteit, het vitaliteitssparen. Dit is een fiscaal voordelige spaarregeling die toegankelijk is voor werknemers, ondernemers (waaronder zzp-ers) en resultaatgenieters. De regeling kent geen opnamedoelen. De stortingen in vitaliteitssparen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1. Pas bij opname van het tegoed wordt belasting geheven. Jaarlijks kan er maximaal € 5.000 fiscaal aftrekbaar worden gestort. Het opgebouwde, nog niet opgenomen, tegoed in vitaliteitssparen is niet belast in box 3. Het maximale fiscaal gefaciliteerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal € 20.000.
30% regeling
Werknemers die naar Nederland komen, komen onder voorwaarden in aanmerking voor een belastingvrije vergoeding voor de ‘extraterritoriale kosten’ (waaronder voor extra huisvestingkosten) van 30% van het loon inclusief de vergoeding. Deze zogenoemde 30%-regeling wordt vanaf 1 januari 2012 aangescherpt. Het gaat hierbij onder meer om de volgende aanscherpingen:
- De voorwaarde van schaarse specifieke deskundigheid wordt vanaf 2012 ingevuld met een salarisnorm (minimaal € 35.000 exclusief de vergoeding). Voor wetenschappers geldt geen salarisnorm en voor jonge academici geldt een verlaagde norm van € 26.605.
- De maximale tijdsduur van de 30% regeling wordt ingekort van 10 naar 8 jaar.
- Het begrip ‘ingekomen werknemer’ geldt alleen voor werknemers die ten minste 150 km van de Nederlandse grens woonden voordat zij in Nederland gingen werken.
Als een werknemer niet (meer) onder de 30%-regeling valt, dan kunnen wel de werkelijke extraterritoriale kosten belastingvrij worden vergoed. Voor ingekomen werknemers die vόόr 1 januari 2012 onder de 30%-regeling vallen, geldt overgangsrecht.
Werkkostenregeling
Per 1 januari 2011 is een nieuwe regeling ingevoerd: de werkkostenregeling. Door deze regeling kan, naast een aantal gerichte vrijstellingen, maximaal 1,4% van het totale fiscale loon (de ‘vrije ruimte’) worden besteed aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte (en afgezien van de gerichte vrijstellingen) moet de werkgever loonbelasting betalen in de vorm van een (gebruteerde) eindheffing van 80%.
De werkkostenregeling komt in de plaats van de huidige regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Het is nog niet verplicht gebruik te maken van de werkkostenregeling. Tot en met 2013 mag ieder jaar gekozen worden voor de werkkostenr egelin g of voor de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Na 2013 geldt de werkkostenregeling voor alle werkgevers.
Bron: Ministerie van Financiën, 21-12-2011, Eindejaarsbericht
Terug naar het overzicht